dinsdag 6 juli 2010

Jagen, volkomen menselijk

Jagen is volkomen menselijk, hoe je het ook wendt of keert. Vanuit evolutionistisch perspectief is dat handig om te doen, om te voorkomen dat een ander soort op jou gaat jagen, of om te voorkomen dat je van de honger omkomt. Of natuurlijk om te voorkomen dat je overlast krijgt van een bepaald soort schepsel evolutionistisch wezen. 

Vanuit natuuroverwegingen valt ook wel wat te zeggen voor jagen. Het natuurlijk evenwicht dat alom geprezen wordt, bevat uiteraard ook de mens als evenwichtsaanbrenger. Een zwijn wordt nu eenmaal niet opgevreten door een konijn, een vos niet door een edelhert etcetera. Daar moet je dus iets op vinden, of je moet zo eerlijk zijn vanuit evolutionistisch standpunt: laat maar gaan, laat ze het maar uitvechten, dat is het leven 'struggle for life'.

Vanuit boeren wordt jagen veelal warm aanbevolen, omdat bepaalde wezens hun land en oogst aantasten. Volkomen terecht. Als die boeren bijvoorbeeld kieviten dienen te beschermen, terwijl er een menigte vossen op de akkers loopt. Of als er een menigte Anser ansers ganzen op de akker loopt die het gras voor de koeien wegvreet.

Dit pleidooi voor jagen gehouden hebbende, wil ik daarnaast de andere kant van jagen belichten. Er werd vanuit Friesland bericht dat meer dan 100 roofvogels, inclusief nesten met jongen, waren vermoord gedood. Dat vind ik asociaal en niet getuigen van een meevoelen met dieren. Met meevoelen bedoel ik niet een PvdD-achtig zweverig idee, maar enkel dat het wreed is om jonge dieren van de ouderdieren te beroven. Jagen op zwijnen wordt bijvoorbeeld in de herfst gedaan, als de jongen zelfstandig zijn en zonder de ouderdieren overleven kunnen.

Jagen najagen is prima, maar wel met verstandig beleid.

vrijdag 2 juli 2010

Ideologieën en hun constructie

In het boek 'Hope in troubled times' beschrijven Bob Goudzwaard e.a. uitgebreid hoe huidige ideologieën ontwikkeld zijn in de loop van de tijd. Met ideologie wordt niet de set van ideeën die ieder mens heeft bedoeld. De schrijvers concluderen vanuit de oorspronkelijke betekenis van het woord ideologie dat er drie principes in naar voren komen:
(1) er moet een verabsoluteerd doel aanwezig zijn,
(2) er moet een zodanige herformulering van waarden, normen en ideeën plaatsvinden dat het verabsoluteerde doel gelegitimeerd kan worden, en
(3) er moet sprake zijn van een richtlijn waardoor de middelen of instrumenten geselecteerd kunnen worden om het doel te verwezenlijken.

Verder merken zij op dat de ontwikkeling van een ideologie in zes fasen geschiedt.
- Conceptie: de overtuiging komt dat een radicale verandering moet plaatsvinden. Meer en meer mensen accepteren de idee dat een specifiek, concreet doel bereikt moet worden, koste wat kost. Gebruikmakend van misstanden en afbrokkeling van bestaande normen, kan een ideologie volgelingen krijgen. Dit zien we duidelijk in het Duitsland van eind jaren ’20 en begin jaren ’30 vorige eeuw.
- Actualisering: in deze fase komt de ideologie werkelijk tot leven. Het enige doel van de volgelingen is het reorganiseren van de maatschappij richting het beoogde doel. Het doel heiligt de middelen, met als gevolg dat geweld gelegitimeerd kan worden. De actualisering van het nazisme vond plaats in 1933, toen Hitler tot rijkskanselier verkozen werd en hij staat en partij tot eenheid uitriep.
- (Re)constructie: na de actualisering moet de nieuwe, verbeterde maatschappij er komen. Maar hoe? Wat is de aangewezen strategie? Mensen moeten onderwezen worden te denken en te handelen in het belang van het verabsoluteerde doel. Vanuit de chaos kan vervolgens een nieuwe menselijkheid gecreëerd worden. De termen Übermensch en Untermensch die door de nazi’s gehanteerd werden, onderscheidden het Germaanse ras van het niet-arische, joodse ras en legden de basis voor het gevoerde beleid tegen de joden.
- Dominantie: deze fase wordt gerealiseerd wanneer de middelen om het doel te bereiken, een zekere mate van autonomie verkrijgen. In de (re)constructiefase lijken de middelen nog volledig onder controle van hun gebruikers. Nu wordt het tegenovergestelde waar: de middelen onderdrukken de gebruikers. Het is ieders plicht om de middelen te gehoorzamen in wat zij eisen. In het Reich van Hitler werd propaganda gebruikt om iedereen te onderwerpen aan de partij.
- Terreur: de dominantie van de middelen mondt uit in terreur. De schrijvers noemen de dominante middelen die zijn verworden tot doel op zichzelf afgoden. Tijdens het nazisme zien we dit in de deportaties terugkomen. Alles werd in het Reich ingericht om de joden te verwijderen.
- Ontbinding: iedere ideologie is gebaseerd op een gereduceerde visie op de wereld en de menselijkheid – alles is immers onderworpen aan het verabsoluteerde doel en de later tot afgoden verworden middelen. De verwoesting die aangericht wordt door de ideologie brengt aan het licht dat de ideologische visie op de werkelijkheid niet overeenkomt met de werkelijkheid zelf. Bij het nazisme zien we ook de ontbinding.

Vanuit de geschiedenis gaan de schrijvers in op duidelijke ideologieën waarin de drie principes zeer duidelijk blijken. Ik laat het bij het noemen van de Franse Revolutie, het marxisme-leninisme in Sovjet-Unie, het eerder beschreven nazisme in Duitsland, het Israëlisch-Palestijns probleem en het islamisme.

De schrijvers laten enkele opvallende paradoxen zien.
(1) Armoede paradox: ondanks een enorme welvaartstoename is een groter wordend deel van de bevolking in diepere armoede vervallen. Dit geldt zowel de ontwikkelde als de ontwikkelingslanden.
(2) Zorg paradox: ondanks de genoemde welvaartstoename wordt het steeds moeilijker om de zorg op peil te houden. Als voorbeeld worden wachtlijsten en de moeilijkheden om de zorg te financieren genoemd.
(3) Tijd paradox: meer welvaart brengt meer vrije tijd. De praktijk leert echter dat de problemen rondom stress en burnout enorm toenemen.
(4) Milieu paradox: ondanks verbeterde technologie, meer economische reserves en internationale verdragen, blijft het milieu aangetast worden.

De wortel van deze paradoxen kan gevonden worden in ideologieën. Ik zal een voorbeeld aanhalen dat in het boek genoemd worden. Deze ideologie noemen zij de ideologie van 'guaranteed security', gegarandeerde veiligheid. Het beschermen van een land is niet alleen een gelegitimeerd doel, het is zelfs de morele plicht. In de jaren ’30 en ‘40 van de vorige eeuw waren veel staten onvoorbereid op Hitlers aanval. Na de Tweede Wereldoorlog werd algemeen erkend: ‘dit nooit meer’. Snel kwam echter de ambitie van de Sovjet-Unie om de wereld te domineren openbaar. Als gevolg daarvan ontstond de Koude Oorlog. Wapenwedlopen werden ontketend om de veiligheid van het land te verzekeren. Ongelooflijke geldbedragen werden gestoken in militaire projecten. In de Vietnamoorlog is meer munitie verbruikt dan in de gehele Tweede Wereldoorlog. Na de aanslagen van 11 september 2001 zijn de uitgaven voor militaire doelen wederom enorm gestegen. Vanaf dat moment zijn ook preventieve oorlogen gevoerd. Dit is op zichzelf bezien een vreemd verschijnsel: oorlog voeren om vrede te stichten. In dit (samengevatte!) voorbeeld zijn enkele van de zes fasen duidelijk te onderscheiden.

Dit artikel is te kort om alles duidelijk uiteen te kunnen zetten. Wel is het belangrijk om nog twee slotopmerkingen toe te voegen. De schrijvers laten het niet bij het uiteenzetten van ideologieën en het opmerken van paradoxen in onze tijd. Zij komen ook tot drie belangrijke oplossingen aan het einde van het boek (vandaar de titel: 'Hope in troubled times').
- De periscoop: zoals in een onderzeeër, probeer de gehele werkelijkheid in het oog te houden.
- De mijnenveger: probeer bij een reactie de wortel van het probleem aan te pakken. Het beste antwoord op kwaad is niet kwaad, maar goed voor kwaad (zie Mattheüs 5 en Romeinen 12).
- De touwladder: wil niet alles in één keer oplossen, maar ga stap voor stap in de goede richting.

Een lezenswaardig boek, ook verkrijgbaar in het Nederlands.

donderdag 1 juli 2010

Formatieproces 1 juli

Ik kan het niet laten om een ietwat uitgebreidere reactie te geven op het verloop van het formatieproces. Dat komt, omdat ik het proces zoals dat door een aantal fractieleiders wordt uitgelegd, niet vertrouw. Sterker, voor de bühne worden uitspraken gedaan, maar in de praktijk wordt daaraan geen vervolg gegeven. Anders gezegd: bij de woorden wordt de daad gemist.

Neem bijvoorbeeld de mogelijkheid van een rechts kabinet van VVD-PVV-CDA. De reactie van Rutte: heeft de voorkeur (hoewel ook een nationaal kabinet zijn voorkeur heeft). Verhagen: eerst moeten VVD-PVV het eens worden op hoofdlijnen, met name de rechtstatelijke punten. Wilders: niet in onderhandeling met een lege stoel van het CDA. Rutte legt daarop de schuld bij Wilders, omdat hij niet met Rutte wil onderhandelen. Andere commentatoren hebben er al op gewezen dat het absurd is van een partij te verlangen tweemaal achtereen onderhandelingen te voeren. Het gevolg is namelijk dat Wilders tweemaal concessies mag doen.

Let wel: als Wilders tweemaal die mogelijkheid krijgt! Want met de huidige houding van Verhagen kan ik me het volgende heel goed voorstellen: dat het CDA een akkoord van VVD-PVV gewoon afschiet, om welke reden dan ook. Dan heeft het CDA namelijk twee vliegen in één klap. De PVV heeft een aantal punten ingeleverd, en - dat maakt de eerste vlieg interessant - de PVV zal daarvoor in ruil geen regeringsverantwoordelijkheid krijgen.

Met deze houding van de hoofdrolspelers ten opzichte van een rechts kabinet, ben ik er niet meer van overtuigd dat er de wil is om een rechts kabinet te vormen. In mijn optiek treft Wilders geen blaam in het formatieproces. Het is niet meer dan logisch dat hij de 'uitgestoken' hand van Rutte niet accepteert, als de hand van Verhagen ontbreekt. De kiezer is niet blind. Wilders zal beloond worden door de rechtse VVD- en CDA-kiezers, die de moves van Rutte en Verhagen met onbegrip gadeslaan.

Welk kabinet verwacht ik dan? Als er al een kabinet komt, dan verwacht ik dat het een VVD-PvdA-CDA kabinet wordt. Een aanvulling met zowel GL als D66 acht ik onwaarschijnlijk, hoewel ik niet uitsluit dat een van deze partijen aanschuift.

Een voorwaarde voor verkiezingswinst - waar de partijen helaas teveel op gefocust zijn - is een degelijk coalitieakkoord. Gezien de huidige opstelling van de fractieleiders, denk ik dat een akkoord van deze coalitie niet veel oplevert. Althans, niet zoveel dat de kiezer hier blij van wordt. Er zal geen duidelijke richting aangegeven worden, de gewenste leiding zal ontbreken.

Het voordeel van een nationaal kabinet is de Eerste Kamermeerderheid. Toch is dit een minimaal voordeel, omdat het voor de hand ligt dat de coalitiepartijen flink zullen inleveren bij de volgende Statenverkiezingen - niet in het minst het CDA.

Dan nog het Paarsplus kabinet. Ik vermoed dat Rutte in ruil voor deze optie een nationaal kabinet met D66 of GL accepteert. Want de VVD, omringd door drie linkse partijen, zal het imago ten opzichte van de PVV afbreuk doen. Bovendien verwacht ik, evenals bij het nationale kabinet, dat de Statenverkiezingen niet gunstig uit zullen pakken voor deze coalitie. De minderheid in de Eerste Kamer zal een chronisch mankement zijn voor deze combinatie.

Is de houding van de fractieleiders dan niet begrijpelijk? Ja, maar volstrekt onwenselijk. De houding van Verhagen en Rutte in het formatiedebat van deze week, was doorgestoken kaart. De schuld bij Wilders leggen, terwijl de wil niet aanwezig is om eerlijk (gedrieën) met Wilders te onderhandelen. Vragen over de rechtstaat via de VVD proberen op te lossen, is een zwaktebod. Als Wilders niet wil toegeven op kernpunten voor Verhagen, dan is de tijd rijp om tot dit soort uitspraken te komen. De houding van andere fractieleiders is ook begrijpelijk: de kiezer kijkt mee. Maar zij vergeten één ding: Wilders heeft al zovaak als eenling in debatten gestaan en desondanks heeft hij tweemaal een stevige verkiezingswinst binnengehaald.

Ter afsluiting heb ik een advies aan Wilders: zet alles op alles om volledig deel te nemen aan de Statenverkiezingen. Op die manier kan hij het de coalitie knap lastig maken.

dinsdag 22 juni 2010

Vrede over Israël?

Vrede over Israël wordt door velen op bijna even zoveel manieren nagestreefd. Enkele voorbeelden van hoe mensen hierover denken:

1. Hamas c.s.: vernietiging van Israël leidt tot vrede. Geweld wordt verheerlijkt.
2. VN c.s.: grenzen van 1949 aanhouden, Israël moet o.a. Golan ontruimen. Geweld strikt afwijzen.
3. Staat Israël c.s.: huidige grenzen aanhouden. Reactief geweld toepassen, als bescherming, afschrikmiddel en/of vergelding.
4. Ultra-orthodoxe joden: in feite geheel Palestina innemen. Geweld een goed middel.

Hier zullen voldoende andere meningen aan toegevoegd kunnen worden. Wat mij steeds meer opvalt, dat sommige publicisten er een gewoonte van maken deze zaak van één kant te belichten. Een eenzijdige belichting van de zaak zorgt voor reacties waarin de zaak eenzijdig van de andere kant belicht wordt. Beter is het, om de zaak in haar geheel te overwegen. Daarvoor vind ik een goede aanzet in het boek 'Hope in troubled times' van Bob Goudszwaard e.a. In dit boek wordt de opkomst van ideologieën geanalyseerd. Ideologie betekent in dit boek niet zozeer 'denkwijze', maar vooral surrogaten voor religie (nationaal-socialisme, communisme, islamisme. Daarin komt hij tot de conclusie dat het conflict in Palestina een ideologische spiraal van geweld is. Beide kampen (Israël en de Palestijnen) nemen hun toevlucht tot geweld. Een Israëlische geweldsdaad lokt een Palestijnse uit, en vice versa.

Ikzelf ben van mening dat deze laatste constatering juist is. Beide kampen zijn teveel gehecht aan geweld. Maar concreet zie ik niet snel een oplossing, omdat er voor een staat  als Israël grenzen zijn aan het accepteren van aanvallen op haar grondgebied en haar inwoners.Ik ben zeer sceptisch over alle vredesvoorstellen tot nu toe. Is de intentie aanwezig om geweld af te leggen van beide kanten? 

Die laatste vraag is voor mij al beantwoord door de ontwikkelingen in Palestina. Israël voelt zich genoodzaakt represailles uit te voeren, omdat het uitblijven wordt uitgelegd als teken van zwakte. Hamas heeft het geweld in haar beginselprogram staan. Zolang deze organisaties de joden aan het gas willen leggen, kan niet gepraat worden met hen en blijft vrede een prachtig toekomstbeeld.

Vrede over Israël? Zeer wenselijk, maar niet reëel in de huidige omstandigheden.

donderdag 17 juni 2010

De dubbele last van arme landen

In het nieuws dat gaat over voedselproblematiek in Afrika, gaat een groot deel over mislukte oogsten. Inderdaad een groot probleem, dat hardnekkig blijft voortbestaan. Niet in de laatste plaats door wanbeleid van overheden - denk aan Zimbabwe en Malawi -, verdroogde landsdelen en de oneerlijke wereldhandel, waardoor de ontwikkelingslanden een grote achterstand hebben bij het exporteren van voedingsmiddelen - denk hierbij aan suiker.

Naast de onderkenning van deze voedselproblemen (verbouw en aanvoer van voedsel), is ook de daadwerkelijke ondervoeding van vele Afrikanen onderkend. U kent de reportages in de media over hongersnoden, waarbij kinderen met bolle buikjes getoond worden. U kent de foto's met daarop broodmagere mensen die lusteloos uit hun ogen kijken.

Een belangrijke noot in dezen: niet alleen Afrika kent deze problematieken. In totaal waren in 2000 792 miljoen mensen chronisch ondervoed (FAO 2000). Van deze mensen leeft 70% in Azië, 26% in Afrika en 4% in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied (WHO 2000). Deze aantallen zijn vaak niet bekend.

Naast de voorgaande noot, moet ik er nog een maken. Honger en ondervoeding zijn niet de enige problemen die de mensheid treffen in Afrika en Azië. Op hetzelfde moment dat ondervoeding een groot probleem is, hebben de arme landen te maken met een dubbele last ('double burden'). Niet alleen ondervoeding, ook overvoeding is aan de orde! Het aantal mensen met overgewicht in Afrika is hoger dan het aantal mensen dat honger lijdt (ook voor beneden de Sahara). Deze 'double burden' legt een gigantische last op de gezondheidszorg in de betreffende landen, die toch al arm zijn.

Reken daarbij de genoemde handelsblokkades en corrupte overheden, en de last is niet alleen 'double', maar zelfs vierdubbel. In dit verband is ook veel te zeggen over ontwikkelingshulp, maar dat een andere keer.

dinsdag 15 juni 2010

Positieve discriminatie niet stimulerend

Zojuist las ik een bericht op de website van Elsevier over zogenoemde positieve discriminatie (http://bit.ly/9AHMoa). In het noorden des lands worden vacatures voor topfuncties alleen opgevuld met biculturele burgers of vrouwen. In de vacature staat dat alleen vrouwen en allochtonen hoeven te reageren.

Op zichzelf is deze ontwikkeling niet verbazingwekkend, deze is ingezet door het kabinet Balkenende IV. Ik heb me wel over de inhoud van deze ontwikkeling verbaasd; over de geruchten dat in het bedrijfsleven meer vrouwen in de top moeten en dat in de top van de politie eenzelfde ontwikkeling moet komen – een soort van quotumsysteem.

Wat betekent het moeten accepteren van vrouwen in topfuncties? Dat is een verkapte vorm van feminisme. Als er maar tien procent van de topfuncties door een vrouw vervuld wordt, is dat discriminatie. Wat betekent het moeten accepteren van biculturele burgers – voorheen allochtonen genoemd – in topfuncties? Een verkapte vorm van multiculturalisme. Als te weinig allochtonen deelnemen op hoog niveau in het bedrijfsleven of de overheid, dan is er sprake van discriminatie.

Maar wat is discriminatie? Discrimineren betekent onderscheid maken. Op zichzelf hoeft dat niet verkeerd te zijn. Als ik onderscheid maak tussen een appel en een peer, dan zal niemand dat fout vinden. Maak ik onderscheid tussen de ene soort appel en de andere soort, omdat de smaak van de eerste beter vind, so what? En stel dat ik ooit bij een sollicitatie iemand mag uitkiezen en ik kies voor degene met de beste vooropleiding, met de beste uitstraling, dan discrimineer ik in feite. Wat veelal bedoeld wordt met discrimineren, is niet het voorgaande, maar dat er onderscheid gemaakt wordt op zaken die niet van belang zijn voor de functie. Bijvoorbeeld een blanke en een zwarte man, met dezelfde capaciteiten en uitstraling, waaruit ik de blanke man kies, omdat ik een afkeer van een zwarte man heb. Anderzijds, als ze inderdaad even getalenteerd zijn, dan moet gekozen worden. De keuze kan dan ook uitgelegd worden als een moeilijke en zal een troost zijn voor degene die afgewezen wordt – als hij dat verhaal gelooft.

Dan kom ik op een cruciale vraag rond de positieve discriminatie. Wat wordt nu precies bedoeld met dat positieve? In feite wordt met dat positieve iets negatiefs bedoeld. Omdat vrouwen en allochtonen minder aan de bak komen, moet discriminatie het middel zijn om ze in het zadel te helpen. In andere woorden: vrouwen en allochtonen zijn zo zielig, dat zij de top niet halen zonder (‘positief’) discrimineren.

Mijn afkeer voor positieve discriminatie ligt dan ook in het negatieve element. Mijn stelling is: laat deze mensen ervoor werken, ervoor gaan. Als zij inderdaad met dezelfde capaciteiten afgewezen worden op het enkele feit dat zij vrouw of allochtoon zijn, dan gaat er pas iets mis. Maar is dat onderzocht? Voor vrouwen kan ik wel aandragen dat een groot deel parttime wil werken, hetgeen hun carrière niet ten goede komt. En hoeveel allochtonen hebben we in Nederland? Toch niet zoveel als autochtonen dacht ik. Trouwens, hoe is het gemiddelde opleidingsniveau van oudere, voor topfuncties in aanmerking komende allochtonen? Ik heb nog niet vaak een dergelijke overweging gezien bij voorstanders van ‘positieve’ discriminatie.

Kortom, positieve discriminatie is negatief en helpt de beoogde bevolkingsgroepen niet. Deelname aan de top valt niet op te leggen, maar moet van twee kanten komen. Enerzijds de bereidwilligheid om vrouwen en allochtonen in de top te hebben, anderzijds de bereidwilligheid van degenen die topfuncties willen bekleden om fulltime en op niveau te werken.

maandag 14 juni 2010

Kabinetsformatie moet leiden tot VVD-PVV-CDA

Na de verkiezingen van 9 juni is het mogelijk om verschillende kabinetten in elkaar te steken. PaarsPlus met VVD, PvdA, D66, GL; rechts met VVD, PVV, CDA; en een ‘nationaal’ kabinet van VVD, PvdA, CDA. Dit laatste is geen nationaal kabinet, maar wel een breed kabinet.
Dat een VVD-PvdA-CDA kabinet breed is, is voor mij voldoende reden om hier weinig heil van te verwachten: de kans is groot dat belangrijke hervormingen door onoverbrugbare verschillen teveel richting een compromis verwerkt worden, of dat ze in het geheel niet doorgevoerd worden. Ik verwacht niet dat partijen boven het partijbelang uit het landsbelang zullen dienen. Paars III is in het licht van de benodigde bezuinigingen ook geen aantrekkelijk idee. Herinnert u zich de Paarse kabinetten uit de jaren '90? Toen ging het economisch voor de wind, maar zoals Pim Fortuyn concludeerde: de uitgaven rezen de pan uit.

Mijn voorkeur gaat uit naar een rechts kabinet van VVD, PVV, CDA. Deze partijen liggen elkaar op één belangrijk punt: bezuinigen om te voorkomen dat de economie op de lange termijn kapot gaat. Een groot verschil met bijvoorbeeld PvdA of GL. Het maakt duidelijk dat de urgentie van bezuinigen bij deze partijen onder ogen gezien wordt. Natuurlijk zijn talloze campagneverhalen nog in ons geheugen (bijvoorbeeld het CDA dat de VVD verwijt ouderen in de kou te laten staan). Maar dat is geen onoverkomenlijk probleem, wanneer de wil tot overeenstemming aanwezig is en bovenal de wil om Nederland verder te ontwikkelen.

Wat mij opvalt, is dat de PVV door een deel van het electoraat als 'ondemocratisch', 'instabiel' of 'extreem' wordt neergezet en derhalve wordt uitgesloten van deelname. Dit deel van het electoraat, dat overigens in vrijwel alle partijen aanwezig is, vergeet gemakshalve dat de PVV steunt op het mandaat van 1.5 miljoen kiezers. Dat Wilders in ieder geval laat lijken dat hij wil regeren, is evident door het laten vallen van zijn breekpunt over de AOW en het uitblijven van scherpe uitspraken in dit stadium. Geef hem de kans om te onderhandelen, zoals elke democratische partij gehoord dient te worden. De onderhandelingstafel sluiten voordat de onderhandelingen begonnen zijn, is absurd, evenals suggesties en oproepen om dat te doen.

Een ander punt in de kabinetsformatie is de aangeboden gedoogsteun van de SGP. Gedoogsteun van de SGP kan welkom zijn, om te voorkomen dat de eerste de beste afsplitsing leidt tot verlies van de meerderheid. Trouwens, de afgelopen drie jaar is niet de PVV, maar de VVD ten prooi gevallen aan deze gebeurtenis (Verdonk). Daarnaast zorgt het voor een grotere Eerste Kamerminderheid (37/75 in plaats van 35/75). Zoals al door Elsevier-columnist Syp Wynia werd opgemerkt, heeft de SGP een naam als het gaat om bestuursverantwoordelijkheid. Als gedoogsteun wordt geaccepteerd, zou deze naam er voor pleiten om de SGP ook een ministerspost te gunnen. Wat de SGP in ieder geval duidelijk heeft laten blijken: liever een rechts kabinet dan een stuurloos 'nationaal' kabinet of een verfoeilijk Paars III.