dinsdag 6 juli 2010

Jagen, volkomen menselijk

Jagen is volkomen menselijk, hoe je het ook wendt of keert. Vanuit evolutionistisch perspectief is dat handig om te doen, om te voorkomen dat een ander soort op jou gaat jagen, of om te voorkomen dat je van de honger omkomt. Of natuurlijk om te voorkomen dat je overlast krijgt van een bepaald soort schepsel evolutionistisch wezen. 

Vanuit natuuroverwegingen valt ook wel wat te zeggen voor jagen. Het natuurlijk evenwicht dat alom geprezen wordt, bevat uiteraard ook de mens als evenwichtsaanbrenger. Een zwijn wordt nu eenmaal niet opgevreten door een konijn, een vos niet door een edelhert etcetera. Daar moet je dus iets op vinden, of je moet zo eerlijk zijn vanuit evolutionistisch standpunt: laat maar gaan, laat ze het maar uitvechten, dat is het leven 'struggle for life'.

Vanuit boeren wordt jagen veelal warm aanbevolen, omdat bepaalde wezens hun land en oogst aantasten. Volkomen terecht. Als die boeren bijvoorbeeld kieviten dienen te beschermen, terwijl er een menigte vossen op de akkers loopt. Of als er een menigte Anser ansers ganzen op de akker loopt die het gras voor de koeien wegvreet.

Dit pleidooi voor jagen gehouden hebbende, wil ik daarnaast de andere kant van jagen belichten. Er werd vanuit Friesland bericht dat meer dan 100 roofvogels, inclusief nesten met jongen, waren vermoord gedood. Dat vind ik asociaal en niet getuigen van een meevoelen met dieren. Met meevoelen bedoel ik niet een PvdD-achtig zweverig idee, maar enkel dat het wreed is om jonge dieren van de ouderdieren te beroven. Jagen op zwijnen wordt bijvoorbeeld in de herfst gedaan, als de jongen zelfstandig zijn en zonder de ouderdieren overleven kunnen.

Jagen najagen is prima, maar wel met verstandig beleid.

vrijdag 2 juli 2010

Ideologieën en hun constructie

In het boek 'Hope in troubled times' beschrijven Bob Goudzwaard e.a. uitgebreid hoe huidige ideologieën ontwikkeld zijn in de loop van de tijd. Met ideologie wordt niet de set van ideeën die ieder mens heeft bedoeld. De schrijvers concluderen vanuit de oorspronkelijke betekenis van het woord ideologie dat er drie principes in naar voren komen:
(1) er moet een verabsoluteerd doel aanwezig zijn,
(2) er moet een zodanige herformulering van waarden, normen en ideeën plaatsvinden dat het verabsoluteerde doel gelegitimeerd kan worden, en
(3) er moet sprake zijn van een richtlijn waardoor de middelen of instrumenten geselecteerd kunnen worden om het doel te verwezenlijken.

Verder merken zij op dat de ontwikkeling van een ideologie in zes fasen geschiedt.
- Conceptie: de overtuiging komt dat een radicale verandering moet plaatsvinden. Meer en meer mensen accepteren de idee dat een specifiek, concreet doel bereikt moet worden, koste wat kost. Gebruikmakend van misstanden en afbrokkeling van bestaande normen, kan een ideologie volgelingen krijgen. Dit zien we duidelijk in het Duitsland van eind jaren ’20 en begin jaren ’30 vorige eeuw.
- Actualisering: in deze fase komt de ideologie werkelijk tot leven. Het enige doel van de volgelingen is het reorganiseren van de maatschappij richting het beoogde doel. Het doel heiligt de middelen, met als gevolg dat geweld gelegitimeerd kan worden. De actualisering van het nazisme vond plaats in 1933, toen Hitler tot rijkskanselier verkozen werd en hij staat en partij tot eenheid uitriep.
- (Re)constructie: na de actualisering moet de nieuwe, verbeterde maatschappij er komen. Maar hoe? Wat is de aangewezen strategie? Mensen moeten onderwezen worden te denken en te handelen in het belang van het verabsoluteerde doel. Vanuit de chaos kan vervolgens een nieuwe menselijkheid gecreëerd worden. De termen Übermensch en Untermensch die door de nazi’s gehanteerd werden, onderscheidden het Germaanse ras van het niet-arische, joodse ras en legden de basis voor het gevoerde beleid tegen de joden.
- Dominantie: deze fase wordt gerealiseerd wanneer de middelen om het doel te bereiken, een zekere mate van autonomie verkrijgen. In de (re)constructiefase lijken de middelen nog volledig onder controle van hun gebruikers. Nu wordt het tegenovergestelde waar: de middelen onderdrukken de gebruikers. Het is ieders plicht om de middelen te gehoorzamen in wat zij eisen. In het Reich van Hitler werd propaganda gebruikt om iedereen te onderwerpen aan de partij.
- Terreur: de dominantie van de middelen mondt uit in terreur. De schrijvers noemen de dominante middelen die zijn verworden tot doel op zichzelf afgoden. Tijdens het nazisme zien we dit in de deportaties terugkomen. Alles werd in het Reich ingericht om de joden te verwijderen.
- Ontbinding: iedere ideologie is gebaseerd op een gereduceerde visie op de wereld en de menselijkheid – alles is immers onderworpen aan het verabsoluteerde doel en de later tot afgoden verworden middelen. De verwoesting die aangericht wordt door de ideologie brengt aan het licht dat de ideologische visie op de werkelijkheid niet overeenkomt met de werkelijkheid zelf. Bij het nazisme zien we ook de ontbinding.

Vanuit de geschiedenis gaan de schrijvers in op duidelijke ideologieën waarin de drie principes zeer duidelijk blijken. Ik laat het bij het noemen van de Franse Revolutie, het marxisme-leninisme in Sovjet-Unie, het eerder beschreven nazisme in Duitsland, het Israëlisch-Palestijns probleem en het islamisme.

De schrijvers laten enkele opvallende paradoxen zien.
(1) Armoede paradox: ondanks een enorme welvaartstoename is een groter wordend deel van de bevolking in diepere armoede vervallen. Dit geldt zowel de ontwikkelde als de ontwikkelingslanden.
(2) Zorg paradox: ondanks de genoemde welvaartstoename wordt het steeds moeilijker om de zorg op peil te houden. Als voorbeeld worden wachtlijsten en de moeilijkheden om de zorg te financieren genoemd.
(3) Tijd paradox: meer welvaart brengt meer vrije tijd. De praktijk leert echter dat de problemen rondom stress en burnout enorm toenemen.
(4) Milieu paradox: ondanks verbeterde technologie, meer economische reserves en internationale verdragen, blijft het milieu aangetast worden.

De wortel van deze paradoxen kan gevonden worden in ideologieën. Ik zal een voorbeeld aanhalen dat in het boek genoemd worden. Deze ideologie noemen zij de ideologie van 'guaranteed security', gegarandeerde veiligheid. Het beschermen van een land is niet alleen een gelegitimeerd doel, het is zelfs de morele plicht. In de jaren ’30 en ‘40 van de vorige eeuw waren veel staten onvoorbereid op Hitlers aanval. Na de Tweede Wereldoorlog werd algemeen erkend: ‘dit nooit meer’. Snel kwam echter de ambitie van de Sovjet-Unie om de wereld te domineren openbaar. Als gevolg daarvan ontstond de Koude Oorlog. Wapenwedlopen werden ontketend om de veiligheid van het land te verzekeren. Ongelooflijke geldbedragen werden gestoken in militaire projecten. In de Vietnamoorlog is meer munitie verbruikt dan in de gehele Tweede Wereldoorlog. Na de aanslagen van 11 september 2001 zijn de uitgaven voor militaire doelen wederom enorm gestegen. Vanaf dat moment zijn ook preventieve oorlogen gevoerd. Dit is op zichzelf bezien een vreemd verschijnsel: oorlog voeren om vrede te stichten. In dit (samengevatte!) voorbeeld zijn enkele van de zes fasen duidelijk te onderscheiden.

Dit artikel is te kort om alles duidelijk uiteen te kunnen zetten. Wel is het belangrijk om nog twee slotopmerkingen toe te voegen. De schrijvers laten het niet bij het uiteenzetten van ideologieën en het opmerken van paradoxen in onze tijd. Zij komen ook tot drie belangrijke oplossingen aan het einde van het boek (vandaar de titel: 'Hope in troubled times').
- De periscoop: zoals in een onderzeeër, probeer de gehele werkelijkheid in het oog te houden.
- De mijnenveger: probeer bij een reactie de wortel van het probleem aan te pakken. Het beste antwoord op kwaad is niet kwaad, maar goed voor kwaad (zie Mattheüs 5 en Romeinen 12).
- De touwladder: wil niet alles in één keer oplossen, maar ga stap voor stap in de goede richting.

Een lezenswaardig boek, ook verkrijgbaar in het Nederlands.

donderdag 1 juli 2010

Formatieproces 1 juli

Ik kan het niet laten om een ietwat uitgebreidere reactie te geven op het verloop van het formatieproces. Dat komt, omdat ik het proces zoals dat door een aantal fractieleiders wordt uitgelegd, niet vertrouw. Sterker, voor de bühne worden uitspraken gedaan, maar in de praktijk wordt daaraan geen vervolg gegeven. Anders gezegd: bij de woorden wordt de daad gemist.

Neem bijvoorbeeld de mogelijkheid van een rechts kabinet van VVD-PVV-CDA. De reactie van Rutte: heeft de voorkeur (hoewel ook een nationaal kabinet zijn voorkeur heeft). Verhagen: eerst moeten VVD-PVV het eens worden op hoofdlijnen, met name de rechtstatelijke punten. Wilders: niet in onderhandeling met een lege stoel van het CDA. Rutte legt daarop de schuld bij Wilders, omdat hij niet met Rutte wil onderhandelen. Andere commentatoren hebben er al op gewezen dat het absurd is van een partij te verlangen tweemaal achtereen onderhandelingen te voeren. Het gevolg is namelijk dat Wilders tweemaal concessies mag doen.

Let wel: als Wilders tweemaal die mogelijkheid krijgt! Want met de huidige houding van Verhagen kan ik me het volgende heel goed voorstellen: dat het CDA een akkoord van VVD-PVV gewoon afschiet, om welke reden dan ook. Dan heeft het CDA namelijk twee vliegen in één klap. De PVV heeft een aantal punten ingeleverd, en - dat maakt de eerste vlieg interessant - de PVV zal daarvoor in ruil geen regeringsverantwoordelijkheid krijgen.

Met deze houding van de hoofdrolspelers ten opzichte van een rechts kabinet, ben ik er niet meer van overtuigd dat er de wil is om een rechts kabinet te vormen. In mijn optiek treft Wilders geen blaam in het formatieproces. Het is niet meer dan logisch dat hij de 'uitgestoken' hand van Rutte niet accepteert, als de hand van Verhagen ontbreekt. De kiezer is niet blind. Wilders zal beloond worden door de rechtse VVD- en CDA-kiezers, die de moves van Rutte en Verhagen met onbegrip gadeslaan.

Welk kabinet verwacht ik dan? Als er al een kabinet komt, dan verwacht ik dat het een VVD-PvdA-CDA kabinet wordt. Een aanvulling met zowel GL als D66 acht ik onwaarschijnlijk, hoewel ik niet uitsluit dat een van deze partijen aanschuift.

Een voorwaarde voor verkiezingswinst - waar de partijen helaas teveel op gefocust zijn - is een degelijk coalitieakkoord. Gezien de huidige opstelling van de fractieleiders, denk ik dat een akkoord van deze coalitie niet veel oplevert. Althans, niet zoveel dat de kiezer hier blij van wordt. Er zal geen duidelijke richting aangegeven worden, de gewenste leiding zal ontbreken.

Het voordeel van een nationaal kabinet is de Eerste Kamermeerderheid. Toch is dit een minimaal voordeel, omdat het voor de hand ligt dat de coalitiepartijen flink zullen inleveren bij de volgende Statenverkiezingen - niet in het minst het CDA.

Dan nog het Paarsplus kabinet. Ik vermoed dat Rutte in ruil voor deze optie een nationaal kabinet met D66 of GL accepteert. Want de VVD, omringd door drie linkse partijen, zal het imago ten opzichte van de PVV afbreuk doen. Bovendien verwacht ik, evenals bij het nationale kabinet, dat de Statenverkiezingen niet gunstig uit zullen pakken voor deze coalitie. De minderheid in de Eerste Kamer zal een chronisch mankement zijn voor deze combinatie.

Is de houding van de fractieleiders dan niet begrijpelijk? Ja, maar volstrekt onwenselijk. De houding van Verhagen en Rutte in het formatiedebat van deze week, was doorgestoken kaart. De schuld bij Wilders leggen, terwijl de wil niet aanwezig is om eerlijk (gedrieën) met Wilders te onderhandelen. Vragen over de rechtstaat via de VVD proberen op te lossen, is een zwaktebod. Als Wilders niet wil toegeven op kernpunten voor Verhagen, dan is de tijd rijp om tot dit soort uitspraken te komen. De houding van andere fractieleiders is ook begrijpelijk: de kiezer kijkt mee. Maar zij vergeten één ding: Wilders heeft al zovaak als eenling in debatten gestaan en desondanks heeft hij tweemaal een stevige verkiezingswinst binnengehaald.

Ter afsluiting heb ik een advies aan Wilders: zet alles op alles om volledig deel te nemen aan de Statenverkiezingen. Op die manier kan hij het de coalitie knap lastig maken.