dinsdag 22 juni 2010

Vrede over Israël?

Vrede over Israël wordt door velen op bijna even zoveel manieren nagestreefd. Enkele voorbeelden van hoe mensen hierover denken:

1. Hamas c.s.: vernietiging van Israël leidt tot vrede. Geweld wordt verheerlijkt.
2. VN c.s.: grenzen van 1949 aanhouden, Israël moet o.a. Golan ontruimen. Geweld strikt afwijzen.
3. Staat Israël c.s.: huidige grenzen aanhouden. Reactief geweld toepassen, als bescherming, afschrikmiddel en/of vergelding.
4. Ultra-orthodoxe joden: in feite geheel Palestina innemen. Geweld een goed middel.

Hier zullen voldoende andere meningen aan toegevoegd kunnen worden. Wat mij steeds meer opvalt, dat sommige publicisten er een gewoonte van maken deze zaak van één kant te belichten. Een eenzijdige belichting van de zaak zorgt voor reacties waarin de zaak eenzijdig van de andere kant belicht wordt. Beter is het, om de zaak in haar geheel te overwegen. Daarvoor vind ik een goede aanzet in het boek 'Hope in troubled times' van Bob Goudszwaard e.a. In dit boek wordt de opkomst van ideologieën geanalyseerd. Ideologie betekent in dit boek niet zozeer 'denkwijze', maar vooral surrogaten voor religie (nationaal-socialisme, communisme, islamisme. Daarin komt hij tot de conclusie dat het conflict in Palestina een ideologische spiraal van geweld is. Beide kampen (Israël en de Palestijnen) nemen hun toevlucht tot geweld. Een Israëlische geweldsdaad lokt een Palestijnse uit, en vice versa.

Ikzelf ben van mening dat deze laatste constatering juist is. Beide kampen zijn teveel gehecht aan geweld. Maar concreet zie ik niet snel een oplossing, omdat er voor een staat  als Israël grenzen zijn aan het accepteren van aanvallen op haar grondgebied en haar inwoners.Ik ben zeer sceptisch over alle vredesvoorstellen tot nu toe. Is de intentie aanwezig om geweld af te leggen van beide kanten? 

Die laatste vraag is voor mij al beantwoord door de ontwikkelingen in Palestina. Israël voelt zich genoodzaakt represailles uit te voeren, omdat het uitblijven wordt uitgelegd als teken van zwakte. Hamas heeft het geweld in haar beginselprogram staan. Zolang deze organisaties de joden aan het gas willen leggen, kan niet gepraat worden met hen en blijft vrede een prachtig toekomstbeeld.

Vrede over Israël? Zeer wenselijk, maar niet reëel in de huidige omstandigheden.

donderdag 17 juni 2010

De dubbele last van arme landen

In het nieuws dat gaat over voedselproblematiek in Afrika, gaat een groot deel over mislukte oogsten. Inderdaad een groot probleem, dat hardnekkig blijft voortbestaan. Niet in de laatste plaats door wanbeleid van overheden - denk aan Zimbabwe en Malawi -, verdroogde landsdelen en de oneerlijke wereldhandel, waardoor de ontwikkelingslanden een grote achterstand hebben bij het exporteren van voedingsmiddelen - denk hierbij aan suiker.

Naast de onderkenning van deze voedselproblemen (verbouw en aanvoer van voedsel), is ook de daadwerkelijke ondervoeding van vele Afrikanen onderkend. U kent de reportages in de media over hongersnoden, waarbij kinderen met bolle buikjes getoond worden. U kent de foto's met daarop broodmagere mensen die lusteloos uit hun ogen kijken.

Een belangrijke noot in dezen: niet alleen Afrika kent deze problematieken. In totaal waren in 2000 792 miljoen mensen chronisch ondervoed (FAO 2000). Van deze mensen leeft 70% in Azië, 26% in Afrika en 4% in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied (WHO 2000). Deze aantallen zijn vaak niet bekend.

Naast de voorgaande noot, moet ik er nog een maken. Honger en ondervoeding zijn niet de enige problemen die de mensheid treffen in Afrika en Azië. Op hetzelfde moment dat ondervoeding een groot probleem is, hebben de arme landen te maken met een dubbele last ('double burden'). Niet alleen ondervoeding, ook overvoeding is aan de orde! Het aantal mensen met overgewicht in Afrika is hoger dan het aantal mensen dat honger lijdt (ook voor beneden de Sahara). Deze 'double burden' legt een gigantische last op de gezondheidszorg in de betreffende landen, die toch al arm zijn.

Reken daarbij de genoemde handelsblokkades en corrupte overheden, en de last is niet alleen 'double', maar zelfs vierdubbel. In dit verband is ook veel te zeggen over ontwikkelingshulp, maar dat een andere keer.

dinsdag 15 juni 2010

Positieve discriminatie niet stimulerend

Zojuist las ik een bericht op de website van Elsevier over zogenoemde positieve discriminatie (http://bit.ly/9AHMoa). In het noorden des lands worden vacatures voor topfuncties alleen opgevuld met biculturele burgers of vrouwen. In de vacature staat dat alleen vrouwen en allochtonen hoeven te reageren.

Op zichzelf is deze ontwikkeling niet verbazingwekkend, deze is ingezet door het kabinet Balkenende IV. Ik heb me wel over de inhoud van deze ontwikkeling verbaasd; over de geruchten dat in het bedrijfsleven meer vrouwen in de top moeten en dat in de top van de politie eenzelfde ontwikkeling moet komen – een soort van quotumsysteem.

Wat betekent het moeten accepteren van vrouwen in topfuncties? Dat is een verkapte vorm van feminisme. Als er maar tien procent van de topfuncties door een vrouw vervuld wordt, is dat discriminatie. Wat betekent het moeten accepteren van biculturele burgers – voorheen allochtonen genoemd – in topfuncties? Een verkapte vorm van multiculturalisme. Als te weinig allochtonen deelnemen op hoog niveau in het bedrijfsleven of de overheid, dan is er sprake van discriminatie.

Maar wat is discriminatie? Discrimineren betekent onderscheid maken. Op zichzelf hoeft dat niet verkeerd te zijn. Als ik onderscheid maak tussen een appel en een peer, dan zal niemand dat fout vinden. Maak ik onderscheid tussen de ene soort appel en de andere soort, omdat de smaak van de eerste beter vind, so what? En stel dat ik ooit bij een sollicitatie iemand mag uitkiezen en ik kies voor degene met de beste vooropleiding, met de beste uitstraling, dan discrimineer ik in feite. Wat veelal bedoeld wordt met discrimineren, is niet het voorgaande, maar dat er onderscheid gemaakt wordt op zaken die niet van belang zijn voor de functie. Bijvoorbeeld een blanke en een zwarte man, met dezelfde capaciteiten en uitstraling, waaruit ik de blanke man kies, omdat ik een afkeer van een zwarte man heb. Anderzijds, als ze inderdaad even getalenteerd zijn, dan moet gekozen worden. De keuze kan dan ook uitgelegd worden als een moeilijke en zal een troost zijn voor degene die afgewezen wordt – als hij dat verhaal gelooft.

Dan kom ik op een cruciale vraag rond de positieve discriminatie. Wat wordt nu precies bedoeld met dat positieve? In feite wordt met dat positieve iets negatiefs bedoeld. Omdat vrouwen en allochtonen minder aan de bak komen, moet discriminatie het middel zijn om ze in het zadel te helpen. In andere woorden: vrouwen en allochtonen zijn zo zielig, dat zij de top niet halen zonder (‘positief’) discrimineren.

Mijn afkeer voor positieve discriminatie ligt dan ook in het negatieve element. Mijn stelling is: laat deze mensen ervoor werken, ervoor gaan. Als zij inderdaad met dezelfde capaciteiten afgewezen worden op het enkele feit dat zij vrouw of allochtoon zijn, dan gaat er pas iets mis. Maar is dat onderzocht? Voor vrouwen kan ik wel aandragen dat een groot deel parttime wil werken, hetgeen hun carrière niet ten goede komt. En hoeveel allochtonen hebben we in Nederland? Toch niet zoveel als autochtonen dacht ik. Trouwens, hoe is het gemiddelde opleidingsniveau van oudere, voor topfuncties in aanmerking komende allochtonen? Ik heb nog niet vaak een dergelijke overweging gezien bij voorstanders van ‘positieve’ discriminatie.

Kortom, positieve discriminatie is negatief en helpt de beoogde bevolkingsgroepen niet. Deelname aan de top valt niet op te leggen, maar moet van twee kanten komen. Enerzijds de bereidwilligheid om vrouwen en allochtonen in de top te hebben, anderzijds de bereidwilligheid van degenen die topfuncties willen bekleden om fulltime en op niveau te werken.

maandag 14 juni 2010

Kabinetsformatie moet leiden tot VVD-PVV-CDA

Na de verkiezingen van 9 juni is het mogelijk om verschillende kabinetten in elkaar te steken. PaarsPlus met VVD, PvdA, D66, GL; rechts met VVD, PVV, CDA; en een ‘nationaal’ kabinet van VVD, PvdA, CDA. Dit laatste is geen nationaal kabinet, maar wel een breed kabinet.
Dat een VVD-PvdA-CDA kabinet breed is, is voor mij voldoende reden om hier weinig heil van te verwachten: de kans is groot dat belangrijke hervormingen door onoverbrugbare verschillen teveel richting een compromis verwerkt worden, of dat ze in het geheel niet doorgevoerd worden. Ik verwacht niet dat partijen boven het partijbelang uit het landsbelang zullen dienen. Paars III is in het licht van de benodigde bezuinigingen ook geen aantrekkelijk idee. Herinnert u zich de Paarse kabinetten uit de jaren '90? Toen ging het economisch voor de wind, maar zoals Pim Fortuyn concludeerde: de uitgaven rezen de pan uit.

Mijn voorkeur gaat uit naar een rechts kabinet van VVD, PVV, CDA. Deze partijen liggen elkaar op één belangrijk punt: bezuinigen om te voorkomen dat de economie op de lange termijn kapot gaat. Een groot verschil met bijvoorbeeld PvdA of GL. Het maakt duidelijk dat de urgentie van bezuinigen bij deze partijen onder ogen gezien wordt. Natuurlijk zijn talloze campagneverhalen nog in ons geheugen (bijvoorbeeld het CDA dat de VVD verwijt ouderen in de kou te laten staan). Maar dat is geen onoverkomenlijk probleem, wanneer de wil tot overeenstemming aanwezig is en bovenal de wil om Nederland verder te ontwikkelen.

Wat mij opvalt, is dat de PVV door een deel van het electoraat als 'ondemocratisch', 'instabiel' of 'extreem' wordt neergezet en derhalve wordt uitgesloten van deelname. Dit deel van het electoraat, dat overigens in vrijwel alle partijen aanwezig is, vergeet gemakshalve dat de PVV steunt op het mandaat van 1.5 miljoen kiezers. Dat Wilders in ieder geval laat lijken dat hij wil regeren, is evident door het laten vallen van zijn breekpunt over de AOW en het uitblijven van scherpe uitspraken in dit stadium. Geef hem de kans om te onderhandelen, zoals elke democratische partij gehoord dient te worden. De onderhandelingstafel sluiten voordat de onderhandelingen begonnen zijn, is absurd, evenals suggesties en oproepen om dat te doen.

Een ander punt in de kabinetsformatie is de aangeboden gedoogsteun van de SGP. Gedoogsteun van de SGP kan welkom zijn, om te voorkomen dat de eerste de beste afsplitsing leidt tot verlies van de meerderheid. Trouwens, de afgelopen drie jaar is niet de PVV, maar de VVD ten prooi gevallen aan deze gebeurtenis (Verdonk). Daarnaast zorgt het voor een grotere Eerste Kamerminderheid (37/75 in plaats van 35/75). Zoals al door Elsevier-columnist Syp Wynia werd opgemerkt, heeft de SGP een naam als het gaat om bestuursverantwoordelijkheid. Als gedoogsteun wordt geaccepteerd, zou deze naam er voor pleiten om de SGP ook een ministerspost te gunnen. Wat de SGP in ieder geval duidelijk heeft laten blijken: liever een rechts kabinet dan een stuurloos 'nationaal' kabinet of een verfoeilijk Paars III.